De Bakermat

Historische betekenis

Een bakermat is letterlijk een langwerpige, lage mand of houten bak waarin een baby verzorgd werd. De figuurlijke betekenis van bakermat is de oorsprong van iets of iemand. In de bakermat, of bakermand, zaten de baker en het kind wanneer het kind gevoed, verschoond en gebakerd diende te worden.

 

De bakermat had een hoge rug die het kind tegen de tocht moest beschermen. In vroeger tijd was men bang dat de baby het te koud zou hebben. De bakermat werd daarom dicht bij het vuur geplaatst. Een kind dat te dicht bij het vuur gebakerd werd zou daaraan volgens het volksgeloof een te heftig temperament overhouden: het bleef heetgebakerd.rnNa gebruik kon de bakermat aan de muur opgehangen worden. In de loop van de achttiende eeuw werd de bakermat vervangen door een laag bakerstoeltje, dat bij de vuurmand werd geplaatst.

 

De bakermat werd gevlochten in een spiraaltechniek, uit stro en gekloofde braamstengels, op een zelfde manier als bijenkorven. In de elfde eeuw was de mat nog eenvoudig. In de zeventiende en achttiende eeuw zijn ze sierlijker geworden, meestal gevlochten van wilgentenen. Men kan dan eerder spreken van een bakermand - dat is dan ook de benaming die gebruikt wordt in de boedellijsten uit die tijd. In overdrachtelijke zin wordt de uitdrukking wel gebruikt om de plaats aan te duiden waar iets is ontstaan.

 

Bakermat, ook wel: begin, geboorteland, geboorteplaats, geboorteplek, land waar men opgegroeid is, land van oorsprong, oorsprong, plaats van oorsprong, thuisland, vaderland, wieg.

 

Lao Tse (Chinees filosoof, leefde in de 6e eeuw vC.) heeft een uitspraak gedaan over het functioneren van een vroedvrouw, die past bij de visie van De Bakermat.

“Je gedragen als een vroedvrouw”

De wijze leider grijpt alleen in als dat echt nodig is. De aanwezigheid van de leider is weliswaar voelbaar, maar meestal zal de groep zichzelf bedruipen. Tweederangs leiders praten veel, doen veel, werven volgelingen en laten zich vereren. Slechte leiders gebruiken angst om de groep op te zwepen en tegenstand te overwinnen. Alleen de meest weerzinwekkende leiders hebben een slechte reputatie. Onthoud dat je andermans functioneren alleen maar moet stimuleren. Het is niet jouw functioneren. Dring je niet op. Dwing een ander niet. Plaats je eigen behoeften en opvattingen niet op de voorgrond. Als je geen vertrouwen hebt in het functioneren van een ander, zal die ander jou ook niet vertrouwen. Beschouw jezelf als een vroedvrouw;  je helpt een ander bij zijn geboorte. Doe je best zonder onnodige drukte of vertoon. Stimuleer hetgeen er gebeurt en niet datgene wat jij denkt dat er moet gebeuren. Als het noodzakelijk is dat je de leiding neemt, moet je het zo doen dat de moeder echt geholpen wordt en toch alle vrijheid en initiatief behoudt. Als de baby ter wereld komt zal de moeder terecht opmerken: ‘We hebben het helemaal zelf gedaan!’