Homeopathie: hoe werkt het?

Hoe werkt homeopathie?

Homeopathie maakt deel uit van het geheel aan natuurlijke geneeswijzen.
Natuurlijke geneeskunde en de reguliere geneeskunde (allopathie), onderscheiden zich in een verschillende filosofische basis. In de reguliere geneeskunde heeft men een enorme kennis van het fysieke lichaam voor wat betreft de opbouw (de anatomie) en de werking (fysiologie) van dit lichaam. Tevens heeft men een goed beeld van de lichamelijke aspecten van veel ziekten en aandoeningen. Bij de bestudering van de anatomie, fysiologie en pathologie (ziekteprocessen) van de mens heeft men in de reguliere geneeskunde de mens grotendeels losgekoppeld van diens emotionele, mentale en sociale leefwereld. Met name de emotionele belevingswereld in samenhang met gezondheid en ziekte is hier nog nauwelijks onderzocht.

Verder is de reguliere geneeskunde in toenemende mate het domein geworden voor artsen en specialisten. De zieke mens wordt niet meer erkend als degene die het meeste inzicht heeft in zijn eigen gezondheid of ziekteproces en daarmee ook in de mogelijkheden om zelf in te grijpen.

Geschiedenis van de homeopathie
De homeopathische denkbeelden komen we voor het eerst tegen bij Hippocrates (460-370 vC.). Hij stelde twee belangrijke dingen vast:
- De klachten van een zieke worden genezen door middelen met een tegengestelde werking (dit werd later het uitgangspunt van de allopathie en fytotherapie; we noemen dit het contraria-principe).
- De ziektetoestand wordt genezen door middelen die verschijnselen oproepen die op de ziekte lijken (dit similia-principe werd het uitgangspunt van de homeopathie).

Hippocrates maakte duidelijk onderscheid tussen het genezen van de bezwaren (met tegengestelde middelen) en het genezen van de ziektetoestand (met gelijksoortige middelen). Bijna 2000 jaar later duikt deze gedachte opnieuw op bij Paracelsus (1493-1541). Uit een onderzoek naar arsenicumvergiftiging vond hij dat, wanneer men ziekteverschijnselen vindt die lijken op de symptomen van een arsenicumvergiftiging, men de ziekte kan genezen met behulp van arsenicum. Giftigheid van een stof wordt bepaald door de dosis. Paracelsus stelde dat de kleinste dosis van “wat de mens ziek maakt, de mens ook geneest”.

Volgens Maupertuis (1698-1758) was de hoeveelheid actie die noodzakelijk is om enige verandering in de natuur teweeg te brengen de kleinst mogelijke. Volgens dit beginsel is de beslissende hoeveelheid altijd een minimum, een oneindig kleine hoeveelheid. Homeopathie is een empirische geneeswijze: dat wil zeggen dat homeopathie een geneeswijze is, die gebaseerd is op waarneming en ervaring.

Grondlegger van de homeopathie zoals wij die kennen is de Duitse arts Samuel Hahnemann (1755-1843).
In 1790 ontdekte Hahnemann door zijn eerste proeven met het geneesmiddel Kinabast de beginselen van de homeopathie. Toen hij “A Treatise on Materia Medica” van dr. William Cullen vertaalde, kwam hij een passage tegen over de werking van kinabast, die niet alleen zijn leven zou veranderen, maar dat van mensen over de hele wereld. In zijn boek beweerde Cullen dat kinine, een stof uit de bast van de kinaboom, een goed middel tegen malaria was vanwege de adstringerende eigenschappen. Dit vond Hahnemann onzin omdat hij, als scheikundige, wist dat er andere, veel krachtiger adstringerende middelen waren die totaal geen effect hadden op malaria. Hij besloot dit verder te onderzoeken. Verscheidene dagen nam hij zelf kinine in en legde zijn reacties nauwkeurig vast. Tot zijn verbazing begon hij het ene symptoom na het andere van malaria te ontwikkelen, hoewel hij die ziekte niet echt had. Telkens wanneer hij een dosis kinine nam, kwamen de symptomen verscheidene uren lang terug. Als hij geen kinine nam, had hij geen symptomen. Was dit de reden vroeg hij zich af, waarom malaria door kinine wordt genezen? Om zijn theorie te testen, probeerde hij de dosis kinine (hij noemde dit geneesmiddelproeven) uit op gezonde mensen die hij kende, waarbij hij de reacties weer nauwkeurig optekende. Daarna herhaalde hij het proces met andere stoffen die als geneesmiddel werden gebruikt, zoals arsenicum en belladonna. Op deze manier legde hij de basis voor een ander belangrijk principe van de homeopathie, namelijk dat van geneesmiddelenproeven op gezonde mensen.

In 1810 verscheen van Hahnemann het ‘Organon der Heilkunst’, een dikke handleiding voor artsen, waarin Hahnemann alle basis principes van de homeopathie heeft uiteengezet.